- http://www.stichtingpiv.nl/
- http://www.stichtingpiv.nl/Smartsite.shtml?id=279454&Parent=759524&Doc=759527
PIV-Bulletin 2008, 8 - Inzicht in het inzage- en blokkeringsrecht
In veel personenschade- en arbeidsongeschiktheidskwesties is een medische expertise een belangrijk onderdeel van de informatievergaring. Gegevens uit het medisch deskundigenrapport kunnen een bepalende rol spelen bij zowel de beslissing over het aangaan van een arbeidsongeschiktheidsverzekering 1 als het bepalen van het recht op en de omvang van een personenschade- of arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Om de privacybelangen van de beoordeelde bij een medische expertise te waarborgen, heeft de wetgever het zogenoemde blokkeringsrecht in het leven geroepen. Hierna worden de belangrijkste aspecten van de toepassing van dit recht bij personenschade- en AOV-zaken nader besproken.
Art. 7:464 lid 2 sub b BW
Het blokkeringsrecht ligt vast in art. 7:464 lid 2 sub b BW en is in feite de verzamelterm voor twee componenten. Het artikel geeft de persoon op wie het rapport betrekking heeft het recht te beslissen of hij als eerste kennis wil nemen van de uitslag en de gevolgtrekking van het rapport (de inzagecomponent), en het recht te verhinderen dat het rapport ter kennis van anderen wordt gebracht (de blokkeringscomponent). Het blokkeringsrecht kan niet contractueel worden uitgesloten 2 .Het blokkeringsrecht en personenschadezaken
Het blokkeringsrecht geldt in elk geval bij expertises in personenschadezaken, waarbij een aanspraak jegens de aansprakelijke partij of diens verzekeraar geldend wordt gemaakt 3 . Essentieel is dat het dan niet gaat om een aanspraak van de beoordeelde op de eigen verzekeraar, maar om een aanspraak op een derde. Daarbij is niet van belang of de expertise plaatsvindt op verzoek van de rechter, dan wel op gezamenlijk verzoek van partijen buiten rechte 4 . In beide gevallen dient de keurende arts de beoordeelde op zijn blokkeringsrecht te wijzen.Een misvatting die in de praktijk vaak voorkomt, is dat degene die is beoordeeld al in het inzagestadium (dus nog voordat het rapport is vrijgegeven) een correctierecht toekomt en hij derhalve pas na het verwerken van die correcties kan beslissen of hij het rapport vrijgeeft. Daarvan is echter geen sprake. Afgezien van naam-, adres- en woonplaatsgegevens en kennelijke schrijffouten, mogen opmerkingen en verzoeken, dus ook in verband met eventueel gewenste correcties, pas worden gedaan nadat het rapport is vrijgegeven en aan beide partijen is verstrekt.
Reden daarvan is dat de discussie over de inhoud van het rapport gelet op het beginsel van hoor en wederhoor met open vizier moet worden gevoerd. Daarom is het niet toegestaan dat al in de fase waarin de beoordeelde (c.q. zijn belangenbehartiger) als enige van de inhoud van het rapport kennis kan nemen, gegevens in de rapportage op zijn verzoek worden aangepast of daaruit worden verwijderd, terwijl die concrete aanpassingen of wijzigingen – omdat het rapport op dat moment nog is geblokkeerd – niet aan de wederpartij bekend zijn, en deze niet de gelegenheid heeft daarop te reageren.
Die regel geldt mijns inziens ook voor correctieverzoeken met betrekking tot de inhoud van de anamnese. De anamnese maakt immers onderdeel uit van het onderzoek, en ook gegevens uit de anamnese kunnen in meer- of mindere mate van invloed zijn op de uiteindelijk in het rapport getrokken conclusies.
Strijdigheid met het in medische richtlijnen aan de expertiserend arts voorgeschreven correctierecht 6 doet zich evenmin voor. Het correctierecht komt de onderzochte immers zeker toe, echter pas nadat het rapport is vrijgegeven 7 . Overigens blijft het correctierecht beperkt tot feiten. De beoordeelde heeft geen rechtstreeks correctierecht op het oordeel en de conclusies van de rapporteur. Het staat de expertiserende arts echter wel vrij zijn rapport op grond van de door partijen geplaatste opmerkingen te wijzigen, voor zover dat niet strijdig is met zijn onafhankelijke professionele oordeel.
Een reactie in het inzagestadium is – kort gezegd – dan ook beperkt tot een “ja” of “nee”. Indien de beoordeelde zich in dat stadium op het blokkeringsrecht beroept, mag het rapport door niemand anders worden ingezien.
Het blokkeringsrecht geldt overigens niet voor rapportages in medische aansprakelijkheidsprocedures waarbij alleen de vraag of de arts lege artis heeft gehandeld aan de orde is. Zodra in de betreffende expertise echter ook een oordeel over (de consequenties van dit handelen voor) de beoordeelde wordt gegeven, moet het blokkeringsrecht weer wel worden toegepast 8 . De deskundige zou in dat geval alleen het gedeelte van het rapport dat daarop betrekking heeft vooraf ter inzage aan de beoordeelde kunnen toesturen. Aan de erfgenamen van de beoordeelde komt geen blokkeringsrecht toe 9 .
Het blokkeringsrecht en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
Het aangaan van een AOV
Ook bij het aangaan van een arbeidsongeschiktheidsverzekering is het blokkeringsrecht van toepassing 10,11 . Het betreft dan dus een keuring ten behoeve van het afsluiten van een verzekering. Op grond van de op deze expertises toepasselijke richtlijnen uit het Protocol Verzekeringskeuringen heeft de beoordeelde in het inzagestadium wel een uitgebreid correctierecht.Zo mag hij van de keurende arts verlangen dat deze ook persoonlijke aantekeningen van de beoordeelde, zelfs indien deze voor het aangaan van de verzekering relevantie ontberen, aan het dossier toevoegt 12 . Indien de beoordeelde zijn blokkeringsrecht inroept, mag de keurende arts het rapport niet aan de verzekeraar vrijgeven.
De aanspraak op een AOV
Het blokkeringsrecht geldt echter niet indien de verzekerde wordt gekeurd ten behoeve van het beoordelen van de aanspraak op een bestaande, al afgesloten verzekering 13.Hierbij gaat het dus om een aanspraak op een uitkering uit hoofde van de “eigen” verzekering van de verzekerde. Achterliggende gedachte om het blokkeringrecht in deze gevallen niet toe te staan, is dat de verzekeraar in staat moet worden gesteld het daadwerkelijke uitkeringspercentage ten behoeve van de eigen verzekerde vast te stellen. Die gedachte is ook in lijn met art. 7:941 lid 2 BW, waarin de verzekerde wordt verplicht aan de verzekeraar de informatie te verstrekken die deze nodig heeft om zijn uitkeringsplicht te kunnen beoordelen.
Daaruit vloeit voort dat de beoordeelde dus ook geen blokkeringsrecht toekomt indien de medisch deskundige in een arbeidsongeschiktheidsdiscussie door de rechter, dan wel op gezamenlijk verzoek buiten rechte wordt benoemd 14 . De grondslag van de vordering blijft immers ongewijzigd, ongeacht wie het initiatief neemt de rapporteur in te schakelen.
En wat zijn de consequenties van het beroep op het blokkeringsrecht?
Indien het blokkeringsrecht wordt uitgeoefend in het kader van de aanvraag van een arbeidsongeschiktheidsverzekering, komt de verzekering in beginsel niet tot stand.Wordt het blokkeringsrecht bij een expertise op gezamenlijk verzoek buiten rechte ingeroepen, dan zal dat veelal tot het einde van de schaderegelingdiscussie leiden. Overigens laat de weigering van de beoordeelde het rapport vrij te geven het vervolgens entameren van een procedure vanzelfsprekend onverlet.
Uitoefening van het blokkeringsrecht bij een expertise op verzoek van de rechter wordt gezien als een weigering om mee te werken aan een deskundigenonderzoek (art. 198 lid 3 Rv. ). De rechter kan daaruit vervolgens “de gevolgtrekkingen maken die hij geraden acht” 15 . Daarbij valt te denken aan het rechterlijke oordeel dat de partij die zich op het blokkeringsrecht beroept zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en de vordering wordt afgewezen, of het aannemen van een bewijsvermoeden ten nadele van de blokkerende partij dan wel omkering van de bewijslast. Het blijft derhalve aan de rechter voorbehouden te bepalen of, en zo ja welke inhoudelijke of procedurele consequenties de beoordeelde met zijn beroep op het blokkeringsrecht over zichzelf afroept. Overigens kan de beoordeelde met het herroepen van een beroep op het blokkeringsrecht niet bewerkstelligen dat een andere deskundige wordt benoemd 16 .
Conclusie
De vraag naar de toepasselijkheid van het inzage- en blokkeringsrecht laat zich gemakkelijk beantwoorden door te kijken naar de reden van de expertise.
Wordt de rapportage uitgebracht in het kader van een arbeidsongeschiktheidsclaim, dan geldt het blokkeringrecht niet. Vindt de expertise echter plaats in het kader van een personenschadeclaim of het aangaan van de AOV-verzekering, dan is het blokkeringsrecht van toepassing. Daarbij behelst het inzagerecht bij rapportages in personenschadediscussies in feite niets meer dan een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen beoordelen of men zich op het blokkeringsrecht wenst te beroepen. Om te voorkomen dat die beperkte reikwijdte van het inzagerecht ten faveure van de beoordeelde wordt miskend, doet de belangenbehartiger van de verzekeraar er goed aan de expertiserend arts direct na zijn benoeming in een instructiebrief expliciet te verwijzen naar par. 5.4.3 sub 41 tot en met 43 van de Leidraad Deskundigen in Civiele Zaken, onder vermelding dat eventuele correctieverzoeken betreffende de rapportage pas mogen worden behandeld nadat dat rapport aan beide partijen is vrij-gegeven, en beide partijen van dat eventuele correctie-verzoek kennis hebben genomen.
Het inroepen van het blokkeringsrecht buiten rechte zal doorgaans het einde van de dialoog betekenen. De consequenties van een beroep op het blokkeringsrecht in rechte worden bepaald door wat, zoals dat heet, “de rechter in goede justitie zal vermenen te behoren”.
Jurisprudentie
- 1. Sommige verzekeraars eisen ook een keuring bij het aangaan van een ongevallenverzekering. Het hierna voor arbeidsongeschiktheidsverzekeringen te bespreken regime is daarop overeenkomstig van toepassing.
- 2. Art. 7: 468 BW, HR 12 augustus 2005, RvdW 2005, 90 (Univé).
- 3. Naast de in dit artikel besproken gevallen geldt het blokkeringsrecht ook voor: keuringen in verband met beoogde arbeidsverhoudingen (zowel bij een particuliere werkgever als bij een aanstelling in openbare dienst), bij keuringen in verband met de toelating tot een opleiding en bij keuringen ter verkrijging van een bevoegdheid (bijvoorbeeld het rijbewijs of een invalidenparkeerkaart).
- 4. HR 26 maart 2004, RvdW 2004, 54 (Levob), resp. HR 12 augustus 2005, RvdW 2005, 90 (Univé).
- 5. Zie ook: “De Rechtspraak”, Leidraad Deskundigen in Civiele zaken, par. 5.4.3 sub 41 t/m 43, te vinden op www.rechtspraak.nl onder “Leidraad Deskundigen”.
- 6. Zie in dat verband ook de algemene “Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage in bestuurs- en civielrechtelijk -verband” van 31 januari 2008 van de Werkgroep Medisch Specialistische Rapportage (WMSR) in samenwerking met de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG).
- 7. “De Rechtspraak”, Leidraad Deskundigen in Civiele zaken. par. 5.4.3 sub 41.
- 8. “De Rechtspraak”, Leidraad Deskundigen in Civiele Zaken, par. 11.5.2 sub 108.
- 9. Rb. Amsterdam 27oktober 2005, LJN AU6024, JA 2006, 7.
- 10. Art. 7: 464 lid 2 sub b BW, art. 7 Protocol Verzekeringskeuringen “Kennisneming van gegevens” onder “Recht op kennisneming”.
- 11. De medisch adviseur speelt in keuringstrajecten dus een beduidend andere rol dan wanneer hij optreedt als adviseur in schadevergoedingskwesties, waarbij zijn advies aan de verzekeraar immers niet aan het blokkeringsrecht is onderworpen.
- 12. Art. 7 Protocol Verzekeringskeuringen “Kennisneming van gegevens” onder “Recht op correctie”.
- 13. Art. 7: 464 lid 2 sub b BW en MvT TK 2004-2005, 30 049 nr. 3.
- 14. Rb. Utrecht 27 juli 2007, LJN AU0187.
- 15. HR 26 maart 2004, RvdW 2004, 54 (Levob).
- 16. Hof Amsterdam 31 januari 2008 LJN BC4394 1744/06, JA 2008, 75.
Terug naar vorige pagina

